Favorieten

Nog geen panden toegevoegd aan favorieten

Are you sure you want to perform this action?

Deze actie kan niet ongedaan worden gemaakt.

Hoogconjunctuur versus leegstaande bedrijfsruimte

Levendige interesse voor bedrijfsvastgoed in West-Vlaanderen

De economie zit al enige tijd in een piek, het aantal nieuwe vacatures loopt op en de investering- en uitbreidingskoorts is ook bij de West-Vlaamse bedrijven hoog. Toch vertaalt deze economische euforie zich schijnbaar niet echt in het uitdunnen van de leegstaande bedrijfsruimtes in Vlaanderen, incluis West-Vlaanderen. Een paradox van formaat? Of een kwestie van spraakverwarring? Drie experts zorgen voor opheldering. 

Nick Vanderheyden, freelance journalist

Minister van Omgeving Joke Schauvlieghe publiceerde in mei 2018 op vraag van volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem uit Brugge cijfers van het Vlaams Agentschap Wonen-Vlaanderen over het aantal leegstaande woningen en bedrijfsgebouwen in de Vlaamse centrumsteden. De Vlaamse steden en gemeenten zijn verplicht om jaarlijks hun leegstandsregister te actualiseren in 
de webtoepassing RWO (Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed) Data Manager. Deze toepassing maakt geen onderscheid tussen types gebouwen. Bedrijfsgebouwen kunnen dus even goed leegstaande agrarische gebouwen als grote horecazaken gelegen buiten de stadscentra omvatten. 

De cijfers van 2010 tot en met 2017 illustreren dat het aantal leegstaande bedrijfspanden in de dertien Vlaamse centrumsteden opklom van 477 naar 543, een stijging met 66 panden (+14%). Die trend manifesteert zich ook in drie van de vier West-Vlaamse centrumsteden: Kortrijk, Oostende en Roeselare. Alleen Brugge noteert een afname van de economische leegstand van 66 in 2010 naar 38 in 2017 (-42%). De vier centrumsteden in de kustprovincie kennen sinds 2010 samen een toename van 30 onbezette locaties (+22%). Zie tabel 1.

Zijn deze cijfers echt representatief voor de polsslag van de economische ruimte in de kustprovincie? POM West-Vlaanderen, Leiedal en Turner (groep Dewaele) nuanceren en geven aan dat de manier van registreren, zonevreemde gebouwen en reconversies de reële situatie sterk vertekenen.

Tabel 1: leegstaande bedrijfsgebouwen in West-Vlaamse centrumsteden 2010-2017

tabel 1

Analyse POM West-Vlaanderen schetst ander beeld

We gaan te rade bij POM West-Vlaanderen. Dit verzelfstandigd agentschap actualiseert sinds 2012 jaarlijks een ruimtemonitor, die inkijk geeft in het actuele aanbod aan bedrijventerreinen (incluis leegstand) in de provincie West-Vlaanderen. We leggen de cijfers van het Vlaams Agentschap Wonen voor aan Tom Decock, coördinator bij de POM voor Bedrijventerreinen voor de Toekomst. Hij merkt op dat de algemene cijfers wel erg kort door de bocht gaan. Een aantal factoren schetst immers een vertekend beeld. 

Tom Decock: “Een eerste nuancering ligt bij het lokale beleid. Gezien het continue gebrek aan fysieke West-Vlaamse ruimte om te ondernemen, ligt, meer dan vroeger, de focus van het lokale beleid op leegstand. Bij het registreren van leegstaande panden wordt echter geen oordeel geveld omtrent de geschiktheid van de gebouwen voor toekomstige invullingen zoals bedrijfsruimte. Daarnaast mogen we, als grootste landbouwprovincie, zeker niet vergeten dat ook leegstaande en verwaarloosde hoeves een aanzienlijk deel van de cijfers innemen. Zeker in regio Roeselare stellen we vast dat, onder meer door schaalvergroting, steeds meer landbouwuitbatingen leeg komen te staan. In Oostende situeert de aangroei in leegstand zich voornamelijk bij de handel- en kantoorruimtes in en rond de kern. 

Op industrieterreinen is dit minder aan de orde. Zo werd bijvoorbeeld de site van de vroegere Ostend Stores Rope Factory herontwikkeld tot het Ostend Stores Business Park. Sinds de opening in 2015 namen hier meer dan veertig bedrijven hun intrek.”
Decock haalt aansluitend aan dat er in de geactualiseerde lijst van de RWO Data Manager telkens sprake is van aantal panden en niet van oppervlakte. De cijfers zijn nochtans in de beide criteria interpreteerbaar. 

Leiedal nuanceert leegstand Kortrijk

Leiedal, de intercommunale voor streekontwikkeling in Zuid-West-Vlaanderen, bevestigt dat het aantal geregistreerde leegstaande bedrijfspanden in Kortrijk de laatste jaren telkens rond de vijftig schommelt. Maar enige nuancering is nodig. 

Tine Claeys, projectmanager ondernemen en ontwikkelen bij Leiedal: “Intuïtief dachten we dat de leegstand de afgelopen jaren gedaald zou zijn. We merken immers een grote vraag naar industriegronden. Zo is de site Evolis (Kortrijk) quasi uitverkocht en kent De Pluim (Zwevegem) een snelle verkoop. Ook op Kortrijk-Noord, waar een aantal jaren geleden duidelijk sprake was van meer leegstand, staan op vandaag slechts twee leegstaande panden genoteerd. Bovendien loopt momenteel onderzoek naar hoe 
een nieuwe invulling van een aantal locaties best vorm kan krijgen. Sites in herontwikkeling blijven trouwens op de inventaris van Wonen-Vlaanderen genoteerd tot alle gebouwen gesloopt of in gebruik genomen zijn. Ook dat geeft een vertekend beeld. Zo is de 
site Groenbek (Waregem) slechts recent van de lijst geschrapt. Nochtans is de herinvulling van de site al jaren duidelijk in het straatbeeld. Daarnaast maken we de kanttekening dat het een Vlaamse inventaris van leegstand en verwaarlozing betreft. Zonder een uitspraak te doen over de specifieke panden in regio Kortrijk, merken we dikwijls leegstand op bij onaangepaste panden. Panden die niet beschikken over voldoende vrije hoogte, raken moeilijk ingevuld. Sommige eigenaars hebben bijkomend (te) hoge prijsverwachtingen wanneer ze hun pand op de markt brengen.” 

Levendige koopinteresse bij Turner

Turner (Groep Dewaele), de grootste private actor in bedrijfsvastgoed in de provincie, onderschrijft de bevindingen van POM West-Vlaanderen en Leiedal.

Gedelegeerd bestuurder Geert Berlamont: “Er is een levendige interesse in de markt voor bedrijfsvastgoed. In de voorbije jaren kennen we een duidelijke tendens richting compacte bedrijfsverzamelgebouwen. Als we praten over bedrijfsvastgoed, dan onderscheiden we drie types met duidelijke verschillen in de verkoop en verhuur. Nieuwe bedrijvenzones doen het over de hele kustprovincie goed en raken relatief snel ingevuld. De 'probleemgevallen' zijn de verouderde industriële sites en de zonevreemde gebouwen. Oude industriële sites kunnen meestal niet op korte of middellange termijn door een bedrijf worden ingevuld, wat de verkoop bemoeilijkt. Een reconversie en opsplitsing vragen bovendien veel expertise en geduld. Daarnaast zijn er de moeilijk verkoopbare zonevreemde gebouwen. Bij gebrek aan degelijke alternatieven raakte dit type vastgoed vroeger meestal ingevuld en ontstond er in zekere mate een gedoogbeleid. De situatie vandaag is anders. De overheden gaan voor centralisering op daarvoor bestemde locaties en voor duidelijke afscheidingen met woon- en parkzones. Deze situatie hypothekeert de verkoop van zonevreemde gebouwen zoals villa's en hoeves met ruime ateliers. Potentiële kopers beseffen dat het gebouw niet in regel is en er zodoende geen nieuwbouw of uitbreiding is toegelaten. Soms worden ze nog verhuurd aan dumpingprijzen (om leegstandsheffing tegen te gaan), maar op middellange termijn lijkt deze markt uit te doven. 

Ook handelspanden en kantoren in de stads- en gemeentelijke kernen hebben het hard te verduren. In dit geval hebben de overheden de belangrijke taak om enerzijds handelszones af te bakenen en anderzijds waar mogelijk plaats te ruimen voor andere activiteiten. Heel wat steden en gemeenten hebben hiervoor al diverse initiatieven op poten gezet.”

Geen invloed op nieuwe ontwikkelingen

De huidige leegstand heeft geen invloed op de verdere ontwikkeling van industrieterreinen en kmo-zones. Dat geven zowel POM West-Vlaanderen als Leiedal aan. De ontwikkeling van dergelijke zones neemt tenslotte een aantal jaren in beslag, waarbinnen de evolutie van de leegstand gewijzigd kan zijn. 

Tom Decock: “Regio Brugge heeft al decennialang een schrijnend tekort aan industriegrond. Brugse ondernemers die een locatie zoeken, moeten daarom noodgedwongen op zoek naar leegstand, wat de daling enigszins verklaart. Eind vorig jaar kregen we wel groen licht van de Vlaamse regering om beroep te mogen doen op het reservepakket bedrijventerreinen. De provincie kan nu in eerste instantie aan de bevoegde minister Joke Schauvliege concrete terreinvoorstellen doen voor 130 hectare bijkomende bedrijventerreinen in de regio's Brugge, Roeselare en Waregem. In tweede orde geldt dit ook voor andere regio's, mochten er zich tekorten aan bedrijventerreinen voordoen. Eind 2018 worden hiervoor de eerste zoekprocedures opgestart.” 
Tine Claeys: “Het is ook zo dat opnieuw zal worden ingezet op de activering van leegstaande panden en onbenutte bedrijfsgronden. Samen met POM West-Vlaanderen en WVI bekijken we momenteel een doorstart van het project ‘Activeringsteams’ waarbij we eigenaars contacteren en hulp bieden bij de activering. Specifiek voor Kortrijk zijn bijkomend revitaliseringsprojecten en een project voor het doordacht verweven van wonen en werken (Kameleon) lopende en deze reiken tot in de ruime omgeving.” 

Waar wil jij graag ondernemen?
Zoek binnen ons aanbod van meer dan 800 panden!