Favorieten
Nog geen panden toegevoegd aan favorieten

Weet je zeker dat je deze actie wilt uitvoeren?

Deze actie kan niet ongedaan worden gemaakt.

Deze 5 dingen typ je best niet in je werkmail

Makkelijk, een e-mail verzenden! En toch is de mailbox voor de gemiddelde kantoormedewerker een grote bron van frustratie. Wij zetten de grootste valkuilen bij het schrijven van een werkmail op een rijtje. Bye bye frustraties, hallo e-mailetiquette.

#1 Onpersoonlijke begroeting

Ken je de naam van de persoon aan de andere kant van het scherm, typ die dan ook. “Dag Marc” komt veel sympathieker over dan “Beste”, vind je ook niet? Ook handig bij een reply all. Zo weten de mensen in cc meteen wie je aanspreekt én is de kans op een antwoord heel wat groter.

#2 Ellenlange e-mails


E-mails lezen moet snel gaan. Zorg er daarom voor dat je klant of collega de boodschap in één oogopslag begrijpt. Vervang lange blokken door korte alinea’s. Zet sleutelwoorden in het vet. En breng structuur aan met bulletpoints.

#3 Eén-woord-mails


E-mails zijn best kort en bondig. Maar daarom hoef je nog niet met één woord te antwoorden. Nuanceer je bericht en typ “Oké, klinkt goed” of “Staat genoteerd, ik zie je maandag om 10u.” Zo weet je klant of collega meteen waar je het over hebt, zonder dat die moet teruglezen.

#4 Schreeuwerige zinnen

Uitroeptekens en kapitalen horen zelden thuis in een werkmail. Als je ze toch moet gebruiken, zijn je woorden niet krachtig genoeg. Herschrijf in dat geval je mail. Wil je toch roepen, gebruik dan enkel uitroeptekens als je boodschap positief is. In andere gevallen zet je je computer beter even weg om te bekomen met een koffietje.

#4 Schreeuwerige zinnen

#5 Sarcasme

Ben jij gezegend met een flinke portie humor? Hou in gedachten dat de ontvanger die gave mogelijks mist. Hou daarom sarcastische opmerkingen voor op café. Zo vermijd je misverstanden en eventuele antwoorden in capslock.