Favorieten

Nog geen panden toegevoegd aan favorieten

Are you sure you want to perform this action?

Deze actie kan niet ongedaan worden gemaakt.

Wat houdt de leegstandsbelasting bij bedrijfsgebouwen in?

Leegstand van handelspanden en bedrijfsruimten is reeds enige tijd een ernstig probleem in veel van onze steden. Logisch, aangezien leegstand een aantal nefaste gevolgen heeft voor onze leefomgeving zoals verkommering van gebouwen, zwerfvuil, vandalisme, enz. Om dit te ontmoedigen, werd er voorzien in verschillende heffingen wegens leegstand en dit zowel op gewestelijk als op gemeentelijk niveau.

Wat, wanneer, hoeveel?
Belasting op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten

Deze heffing werd ingevoerd door het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

Wat is een bedrijfsruimte?

Voornoemd decreet is uitsluitend van toepassing op “bedrijfsruimten”. Dit betreft de verzameling van alle percelen

  • waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt

  • dat als één geheel te beschouwen valt

  • dat toebehoort aan dezelfde eigenaar

  • waar een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt

  • dat een minimale oppervlakte van 5 are heeft

Een perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats, zal evenwel niet worden beschouwd als een bedrijfsruimte.

Wanneer is de heffing verschuldigd?

Elke gemeente beschikt over een lijst van alle leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op haar grondgebied.

Een bedrijfsruimte zal als leegstaand beschouwd worden vanaf het ogenblik dat meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen niet effectief wordt benut. Het bepalen van deze grens van 50% is niet altijd evident en kan aanleiding geven tot discussie met de belastingadministratie.

Daarnaast kan een bedrijfsruimte ook opgenomen worden op voornoemde lijst als er sprake is van verwaarlozing. Dit is het geval indien het pand uitgesproken gebreken van algemene of beperkte omvang vertoont aan buitenmuren, kroonlijst, dakgoten, trappen, liften, ...

Bedrijfsruimten waarop een onteigeningsbeslissing rust of waarvoor een procedure tot onteigening is ingezet, zullen - indien er sprake is van leegstand of verwaarlozing - niet opgenomen worden op voornoemde gemeentelijke lijst.

Hoeveel bedraagt de heffing op leegstand en/of verwaarlozing en wie betaalt dit?

Indien een bedrijfsruimte is opgenomen op de gemeentelijke lijst van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, dan zal het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed beslissen of dit pand effectief  wordt geregistreerd in de inventaris van bedrijfsruimten die in aanmerking komen voor de leegstandsheffing. De bedrijfsruimte zal slechts van deze inventaris kunnen worden geschrapt in geval van beëindiging van de verwaarlozing of leegstand of bij een onteigeningsbeslissing.

Deze leegstandsbelasting wordt berekend op basis van het geïndexeerd kadastraal inkomen (K.I.). Afhankelijk van de schijf waarin het K.I. zich bevindt, wordt een belastingpercentage gaande van 75% tot 150% toegepast, waarbij de heffing nooit lager dan € 3.700,00 kan zijn.

Voornoemde belasting wordt betaald door diegene die op 1 januari van het aanslagjaar de eigenaar is van de bedrijfsruimte in kwestie. In geval van overdracht van de bedrijfsruimte, krijgt de nieuwe eigenaar opschorting van heffing.


Quid?
Belasting op leegstaande en verkrotte panden

Ook voor handelspanden die niet onder de definitie van bedrijfsruimten sorteren en dus buiten het toepassingsgebied van datgene wat hiervoor werd uiteengezet vallen, is - samen met woningen - voorzien in een wettelijk kader ter bestrijding van verkrotting en leegstand via het decreet van 22 december 1995, waaraan via het decreet van 23 december 2016 belangrijke wijzigingen werden aangebracht.

Voortaan wordt hierbij een grotere verantwoordelijkheid toebedeeld aan de gemeenten.

Verwaarlozing

In navolging van voornoemd decreet, bepalen de gemeenten volledig vrij hoe zij verwaarloosde gebouwen binnen hun grondgebied willen bestrijden.

Hierbij wordt een gebouw als verwaarloosd beschouwd wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.

Gelijklopend met het gewestelijk kader voor leegstand (zie hierna), kunnen gemeenten vrij kiezen of zij al dan niet een gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen wensen bij te houden. Beslist zij dit te doen, dan zal zij de materiële en procedurele regels hieromtrent via een gemeentelijke verordening dienen te bepalen, in het bijzonder wat betreft de eventuele heffingen.

Ongeschikt en onbewoonbaar

Hierbij worden door het Vlaams Gewest twee lijsten voorzien voor de gemeenten, nl.:

  • woningen die ongeschikt of onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig de Vlaamse Wooncode (art. 15 t.e.m. 16quater);

  • woningen die onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig de Nieuwe Gemeentewet (art. 135);

Het is vervolgens aan de gemeenten om te beslissen of zij aan de opname op voornoemde lijsten een gemeentelijke heffing wensen te koppelen, die minstens € 990 dient te bedragen voor een woning en € 500 voor een kamer.

Wordt dergelijke gemeentelijke heffing niet voorzien, dan kan het Vlaamse Gewest in deze gevallen zélf een - op heden veel hogere - heffing opleggen indien de termijn van twaalf maanden van opname op de gewestelijke inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen, is verstreken.

belasting leegstand

 


belasting per gemeente
De gemeentelijke leegstandsheffing

In navolging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, kunnen Vlaamse gemeenten sinds 1 januari 2010 ook zelf een leegstandsheffing opleggen. Sinds het decreet van 14 oktober 2016 hebben de gemeenten evenwel zélf de volle verantwoordelijkheid inzake het leegstandsbeleid gekregen, waardoor zij dus zelf bepalen of zij hieromtrent al dan niet effectief een beleid wensen te voeren.

Wijzigingen

In navolging van voornoemd decreet, zijn gemeenten niet langer verplicht om een register bij te houden van alle leegstaande gebouwen - en woningen - op hun grondgebied. Opteren zij er voor om desalniettemin met een leegstandsregister te werken, dan kunnen zij via een gemeentelijke verordening vrij bepalen welke materiële en procedurele regels hierbij zullen gelden.

Daarenboven bepalen gemeenten voortaan ook vrij of een heffing opgelegd wordt en hoe deze heffing wordt begroot.

Wanneer is er sprake van leegstand ?

Er is sprake van een leegstaand gebouw wanneer meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte van dit gebouw reeds ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet wordt aangewend overeenkomstig de functie van het gebouw.

Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met ofwel de woonfunctie, ofwel elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt.

Betreft dit evenwel een nieuw gebouw of een nieuwe woning, dan zullen voornoemde termijnen 7 jaar betreffen na de afgifte van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg.

Het gebouw of de woning zal slechts van de inventaris kunnen worden geschrapt, indien het bewijs wordt geleverd dat dit ondertussen gedurende 6 maanden opnieuw in gebruik is  conform de voorschriften zoals hierboven bepaald.

Een gebouw tijdig te huur aanbieden, is aldus de boodschap!

Is er een cumul van heffingen mogelijk ?

Belangrijk om te weten is dat gebouwen of woningen die in aanmerking komen voor opname in de inventaris van leegstaande bedrijfsruimten (conform het hierboven reeds besproken decreet van 19 april 1995), nooit in aanmerking komt om te worden gekwalificeerd als leegstaand gebouw of leegstaande woning en dus niet in aanmerking zal komen voor een eventuele gemeentelijke heffing.

Hetzelfde geldt voor woningen die door het Vlaams Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar.

Gebouwen of woningen die geïnventariseerd zijn als verwaarloosd, kunnen echter wél gekwalificeerd worden als leegstaand met het oog op een eventuele gemeentelijke heffing. Op dit punt kunnen de gemeentelijke leegstandsheffing en de heffing op leegstaande en verkrotte panden, dus naast elkaar bestaan.

Meer info? Contacteer onze makelaars!